Adaptive - Plug & play

U bent in: Bruikbaar voor u

Adaptive - Plug & play

Auteur: Ton de Baaij
Publicatiedatum: 16-06-2003

Iemand die moeite heeft met Plug & Play heeft waarschijnlijk onvoldoende support gehad in de eerste twaalf jaar van zijn leven. De ontwikkelingsbehoefte blijft zich opdringen. Die behoefte heeft nu support nodig.

In een reactie op mijn vorige column kwam de vraag op, hoe je met bijvoorbeeld een one-liner het adaptieve model kunt karakteriseren. De mensen vinden adaptiviteit nog een brei en zoeken naar iets concreets. In mijn beleving heeft adaptiviteit alles te maken met de relatie die je hebt met je omgeving. Jij en ik, jouw afdeling en mijn afdeling, jouw bedrijf en mijn bedrijf. Enerzijds het onderscheiden van jezelf ten opzichte van de ander en anderzijds jezelf verbinden met de ander is het spanningsveld waarin jij en je relatie met de omgeving aan kwaliteit wint of verliest. De kwaliteit van die relatie bepaalt je adaptief vermogen.

In die relatie komt bijvoorbeeld tot uiting in hoeverre je je telkens weer aan kunt sluiten bij een groep mensen en daar je persoonlijke bijdrage aan kunt leveren (Plug & Play). Zeg maar je ‘persoonlijke toegevoegde waarde’ die je in elke relatie in kunt brengen, variërend en passend in wat die situatie/relatie nodig heeft. Variërend, doordat je de verschillende competenties van jezelf en die van anderen kunt componeren tot een nieuw zinvol geheel, initiërend of responderend aan de actuele situatie. Dat gaat niet bij iedereen vanzelf. De een is daar beter in dan de ander. Toen ik voor de eerste keer naar de kleuterschool moest, was ik daar echt niet blij mee, herinner ik me. Ik zie me nog zitten op dat bankje, kijkend naar mijn moeder achter het glas. Het was de eerste keer dat ik het vertrouwde moest loslaten en het nieuwe moest toelaten. Twee jaar later ging ik naar de eerste klas van de lagere school en weer moest ik het vertrouwde loslaten en het nieuwe toelaten. Van de lagere naar de middelbare school was de overgang weer net zo groot als de eerste keer op de kleuterschool. Ik was de enige van die lagere school in die nieuwe vreemde omgeving. In de eerste twaalf jaar van je leven wordt je vertrouwen, zelfstandigheid, initiatief en je constructiviteit gevormd. Het zijn belangrijke vaardigheden om snel en goed aan te sluiten bij een nieuwe groep mensen en je bijdrage te leveren. Als ik naar mezelf kijk, zie ik gelukkig een groot verschil tussen dat jongetje van twaalf toen en de man van bijna vijftig die ik nu ben. Toch zag ik als beginnend adolescent leeftijdsgenoten die zich heel snel in een nieuwe groep konden aansluiten en zich zelfs al lieten gelden. Ik heb daar in mijn leven veel meer tijd voor nodig gehad. Ik heb onbewust veel geoefend door de wisselende omgevingen waarin ik heb verkeerd en waarin iets van mij werd verwacht.

Erikson, een bekend psycho-analyticus, heeft een model ontwikkeld met betrekking tot deze basisvaardigheden in relatie tot de levensfasen. In de eerste achttien maanden van je leven wordt het basisvertrouwen gevormd en leer je dat de wereld geen perfecte plaats is. Hier ligt dus ook de bron van de tegenpool: wantrouwen. In de achttien maanden daarna leer je afstand te nemen en leer je om te gaan met de grenzen van jezelf en van anderen. Het is een basis voor je zelfstandigheid of voor de tegenpool: schaamte en twijfel. Van je derde tot je zesde jaar blijf je vragen ‘waarom’ en zo breng je de wereld in kaart. Het vormt de basis van je initiatief nemen en het accepteren van je mislukkingen. Tegenover initiatief staat schuldgevoel. In de tijd van de lagere school (nu basisschool), vanaf je zesde tot je twaalfde levensjaar, ben je druk in doen en maken. Zo leer je wat je makkelijk af gaat en wat niet. In deze periode ontwikkelt de durf zich in jou. Constructiviteit tegenover inferioriteit.

Ik weet nog wel toen ik voor het eerst ingezet werd bij een klant. De twijfel sloegen toe. Wat verwachten ze van mij en kan ik daar wel aan voldoen? Als ik nu terug kijk op die periode aan het einde van mijn twintiger jaren herken ik hoe ik mezelf koest hield in het begin (doen wat werd gevraagd) en door te presteren steeds meer ruimte in durfde te nemen. Ik had daar tijd voor nodig. Ik kon niet direct ‘pluggen’ en ‘playen’, zoals dat in deze tijd wordt gevraagd. Ik kon meedraaien, maar ik kon niet direct iets van mezelf toevoegen aan wat op dat moment nodig was. Al groeiende tijdens die inzet kon ik dat steeds meer. Ik nam steeds meer ruimte in, het vertrouwen was gegroeid zowel door mezelf als door mijn omgeving. Maar ja, de inzet bij de klant liep af. Bij de volgende inzet begon het feest weer opnieuw. Bij elke nieuwe inzet groeide mijn adaptief vermogen in Plug & Play. Ik kon me steeds sneller laten gelden in een nieuwe omgeving. Ik had door de groeiende ervaring ook meer in te brengen, natuurlijk. Maar goed, wat helpt iemand nu, die moeite heeft met zijn Plug & Play-kwaliteiten?

Groeien
Ieder mens wordt geboren met overlevingsbehoeften en ontwikkelingsbehoeften. De ontwikkelingsbehoeften beperken zich niet tot motorische of lichamelijke ontwikkeling. Voor die ontwikkeling heb je support nodig. Als je support krijgt, biedt dat je acceptatie van je ontwikkelingsbehoeften en dat voel je als acceptatie van jezelf. Dat vergroot de ruimte om je zelf te ontwikkelen, inclusief het mislukken. Iemand die moeite heeft met Plug & Play, heeft waarschijnlijk onvoldoende support gehad in de eerste twaalf jaar van zijn leven. Dan kan die medewerker in een situatie komen, waarin hij de aanwezige competenties niet in durft te zetten of de competenties van anderen niet of te gemakkelijk durft te aanvaarden. Hij is dan zo druk met overleven dat aansluiten op de actuele situatie al helemaal moeilijk wordt. Het is niet interessant om ouders of andere opvoeders iets te verwijten. Het gaat om het feit dat die benodigde support toen node is gemist, waardoor wantrouwen, schaamte, schuldgevoel of inferioriteit latent aanwezig is in die medewerker. De ontwikkelingsbehoefte blijft zich opdringen. Die behoefte heeft nu support nodig. Afhankelijk van de mate van gemis aan Plug & Play-gehalte kan de medewerker een gerichte opleiding volgen, zoals persoonlijke effectiviteit of door persoonlijke begeleiding geholpen worden. In het heden kan die hulp worden geboden door een medemens in de rol van begeleider, coach of counselor. In gesprek ontdek je dan welke vaardigheid het meest ontbreekt voor Plug & Play. In de veilige omgeving van deze medemens, die je de support geeft, die nodig is voor ontwikkeling, vergroot je je ruimte om je vertrouwen, zelfstandigheid, initiatief of constructiviteit te ontwikkelen. En ontwikkelen, dat wil ieder mens, ‘pluggen’ en ‘playen’ trouwens ook.

*** De columns op deze website worden op persoonlijke titel geschreven.***