Adaptive - Read & react
Auteur: Ton de Baaij
Publicatiedatum: 20-10-2003
Het is juist de balans van geven en nemen, het aanvoelen van je eigen behoeften en die van je omgeving, en daar een antwoord op weten waarmee zowel aan je eigen behoeften als aan die van je omgeving wordt voldaan.
Vorig jaar woonde ik een workshop bij in het kader van mijn opleiding tot gestalttherapeut. In dat weekend kwam workshopleider, Georges Wollants, met een voorbeeld om adaptief vermogen te illustreren. Het ging over de creatieve adaptieve vermogens van kevertjes. Het is misschien geen diervriendelijk verhaal maar het geeft goed aan wat creatieve adaptieve vermogens zijn. Kevertjes hebben zes pootjes en twee voelsprieten. In een experiment om het adaptieve vermogen te onderzoeken, verwijderden de onderzoekers de middelste twee pootjes. Het kevertje paste zich aan binnen de mogelijkheden die hem nog restten. Hij bewoog zich voort op zijn vier pootjes en vermeed oneffenheden en bobbeltjes. Hij heeft namelijk geleerd dat als hij op zo’n bobbeltje komt, hij urenlang blijft rondtollen voordat een van zijn pootjes weer contact met de grond heeft. In het volgende experiment werden zijn voorpootjes verwijderd. Het kevertje dook met zijn kop in het zand, maar ontdekte dat hij met behulp van zijn voelsprietjes nog kon rondscharrelen. Nog zorgvuldiger dan voorheen vermeed hij iedere oneffenheid. Zo laat het kevertje zien dat er vaak meer mogelijkheden zijn dan je vermoedt, als je maar vooruit wilt.
Creatieve aanpassingen
Creatieve aanpassing: de situatie lezend, aanvoelend en al je vermogens inzetten
om te kunnen responderen. Als je alleen maar handelt vanuit je bekende handelingen
zonder in contact te zijn met je omgeving kun je nog zo goed zijn, maar dan is
het maar afwachten of je handelingen het gewenste effect hebben. Een voetballer
die zich niet afstemt op het veld, zijn team, de tegenstander en de weersomstandigheden
zal nooit in Oranje komen. Van oorsprong zijn wij wezens die zich aanpassen aan
de omgeving. Kijk maar eens welke invloed je ouders, je familie, scholen etc.
op je hebben gehad. Echter hoe ouder je wordt, hoe gefixeerder je handelingen
kunnen worden en daarmee neemt je adaptieve vermogen af. Wat de kever kan, kunnen
wij ook. Daarvoor moet je je wel ten alle tijden kunnen aanpassen aan de situatie.
Allereerst moet je je omgeving (maatschappij, netwerk, team) kunnen aanvoelen
en vanuit jezelf daar adequaat op kunnen reageren (Read & React).
Niemand bestaat op zichzelf. Als mens besta je in het contact met je omgeving in voortdurende wisselwerking. Vanuit die wisselwerking bestaat het leven. Als ik dorst heb, zoek ik in mijn omgeving naar water, koffie of iets anders vochtigs. Maar andersom kan ook. Ik zie iemand heerlijk aan een biertje drinken en ik krijg dorst. Ik herinner me van vroeger dat als ik naar Flipper op de televisie keek ik zin kreeg om te zwemmen. Maar als ik dan onder de waterkraan dronk, verdween die behoefte.
Vreemd, maar zo was het voor mij en deze creatieve aanpassing werkte. Wij hadden geen zwembad in huis, maar wel een waterkraan. Maar goed, ik had het over de wisselwerking tussen een individu en zijn omgeving. In die wisselwerking beïnvloed je elkaar en pas je je aan elkaar aan, als het goed is. De meeste aanpassingen gaan onbewust, zoals eten, drinken, ademen. Als er ineens iets onverwachts gebeurt, is er meer opzettelijkheid nodig en handel je bewuster. Dat heb je ook nodig als je samen met je team nauwelijks voortgang boekt in het bereiken van de gewenste oplossing of als je bijdrage aan de maatschappij geen aftrek meer vindt. Als je wacht tot het verkeerd loopt of stagneert, ben je eigenlijk al te laat.
Voelsprieten
Een adaptieve medewerker of organisatie gebruikt continue zijn voelsprieten om
te weten wat nodig is voor zichzelf en voor de omgeving. Als je je alleen richt
op de behoeften van de omgeving kun je op het laatst niet meer uit jezelf reageren
en maak je als individu of organisatie het verschil niet meer. Als je je alleen
richt op de behoeften van jezelf ben je een verbruiker van je omgeving die op
een gegeven moment op raakt, zoals wij mensen met de natuur om zijn gegaan. Bovendien
als je alleen gebruikt, bied je niets aan je omgeving. Het is juist de balans
van geven en nemen, het aanvoelen van je eigen behoeften en die van je omgeving,
en daar een antwoord op weten waarmee zowel aan je eigen behoeften als aan die
van je omgeving wordt voldaan.
Behoeften
Laatst riep een directeur tegen zijn hogere management: “In deze moeilijke tijden
hebben we beslissingen moeten nemen waardoor er veel angst in het bedrijf is gekomen.
We moeten die angst wegnemen en veiligheid bieden.” Een van de toehoorders kreeg
een gevoel dat hier iets niet aan klopte, maar hij wist ook niet wat. Na de toespraak
liep hij op zijn directeur af en vertelde hem over zijn gevoel: “Dat is niet de
oplossing, want bij zoveel veiligheid verdwijnt ook de energie uit het bedrijf.”
De directeur nodigde hem uit voor een gedachtewisseling.
Tijdens die gedachtewisseling kwamen ze tot een oplossing. De aandacht in dat bedrijf ging niet meer naar het wegnemen van angst, maar naar het zoeken van de behoeften van de medewerkers. De medewerkers wilden zich graag ontwikkelen, nieuwe ervaringen opdoen, meewerken aan de toekomst. In de wisselwerking van medewerkers en managers bleken de behoeften goed op elkaar aan te sluiten. De negatieve energie die eerder door het bedrijf voelbaar was, had plaats gemaakt voor de positieve energie die behoeften en het vervullen daarvan nu eenmaal opwekken. De adaptieve toehoorder die zijn directeur aansprak, had zijn voelhorens (sense) uitstaan en respondeerde zonder de oplossing te weten. Hij vertrouwde op zijn instinct en belangrijker nog, hij bracht het in contact met zijn directeur. De directeur zelf stond open voor het gewaarzijn van zijn manager en nodigde hem uit. Beiden hebben de situatie gelezen en bewust gehandeld.
Natuurlijk was het een correctieve ingreep en bij een nog hoger adaptief vermogen was er helemaal geen angst ontstaan in de organisatie maar toch vind ik dit een mooi voorbeeld. In een compleet adaptief geheel van individuen en omgevingen vloeit het leven, dan kom je allen in een flow. Dan lijkt alles vanzelf te gaan. Dat kan als vanuit elke ontwikkelde zelf voldoende ruimte is om de omgeving aan te voelen in wat nodig is en uit het scala van ervaringen, kennis, netwerken en talenten de beweging te maken, die nodig is voor een ontstane situatie. Dat is adaptief vermogen.
*** De columns op deze website worden op persoonlijke titel geschreven.***
