European Energy Markets Observatory (EEMO) van Capgemini: EU ligt voor op 2020-schema om CO2-uitstoot te verlagen, maar uitbreiding duurzame energie blijft achter

| Press release
Twaalfde editie van rapport gaat ook in op leveringszekerheid en transformatie van het elektriciteitsnet

Capgemini heeft vandaag samen met Société Générale Global Research, CMS Bureau Francis Lefebvre en VaasaETT de resultaten bekendgemaakt van de twaalfde editie van het European Energy Markets Observatory-rapport (EEMO). De belangrijkste bevindingen zijn dat Europa weliswaar goed op schema ligt om de doelstellingen voor een lagere CO2-uitstoot te halen, maar dat er nog een belangrijke weg is te gaan wat het gebruik van meer duurzame energie betreft, zoals vastgelegd in het Europese klimaat‑ en energiepakket. Ook de verlaging van het energieverbruik, een vrijwillige target in de Europese wetgeving, kan moeilijk worden. In het rapport wordt tevens besproken wat er wordt gedaan om de Europese stroomvoorziening te garanderen bij uitzonderlijke gebeurtenissen. Verder wordt gekeken naar de transformatie van het technisch ontwerp, de installaties en het beheer van het netwerk. Deze transformatie is noodzakelijk om de doelstellingen van de Europese richtlijn te halen en de elektriciteitsvoorziening te garanderen.

Door de economische recessie en nationale wetgeving staat de EU als geheel dicht bij het bereiken van de Kyoto-doelstellingen voor een lagere uitstoot van broeikasgassen, ondanks het feit dat sommige lidstaten nog ver verwijderd zijn van hun individuele doelen. In 2009 is de totale Europese CO2-uitstoot met 7% gedaald. Door de blijvend zwakke economie en fabrieken die wegtrekken uit Europa mag het geen probleem zijn om tegen 2020 minder broeikasgassen uit te stoten en het zelfs beter te doen dan de doelstellingen.

Hoewel het tempo lager ligt dan in 2008, is er in 2009 weer meer duurzame energie opgewekt, met name dankzij de toename van wind- en zonne-energie met respectievelijk 15% en 53%. De veranderingen gaan echter niet snel genoeg om tegen 2020 het vooropgestelde streefcijfer – 20% duurzame energie in de energiemix – te halen. De commissie gaat ervan uit dat 500 terawattuur (TWh) van de extra 1200 TWh aan duurzame energie voor het halen van doelstellingen zal worden geleverd door windenergie. Dit is zorgwekkend, aangezien de beste terreinen voor windmolens op land al bezet zijn en er dus dure en complexe windmolenparken op zee moeten worden ontwikkeld.

Wat het financieel aspect betreft heeft de crisis geleid tot een inkrimping van de financieringsstroom. Bezuinigingsplannen hebben veel landen gedwongen hun subsidies voor zonne- of windenergie terug te schroeven. Nieuwe voorschriften maken de aanleg van windmolenparken een bijzonder complexe aangelegenheid. Daarbij komt dat er nog geen concurrentie is in deze vormen van energie. De ontwikkeling ervan moet dus worden ondersteund door klanten. Het gevolg is dat regelgevers en overheden elektriciteit duurder moeten maken. In tijden van moeizaam herstel zijn dergelijke beslissingen niet eenvoudig. Nu China is uitgegroeid tot de grootste exporteur van zonnepanelen ter wereld (export geraamd op 15 miljard Amerikaanse dollar) en India tot die van windmolens zal de ontwikkeling van deze vormen van energie in Europa leiden tot een hogere import in plaats van stimulering van de lokale industrie en banengroei.

Het beoogde energieverbruik in Europa – een verlaging van het primaire energieverbruik van 1.750 miljoen ton olie-equivalent (Mtoe) in 2005 tot 1.520 Mtoe in 2020 – lijkt een hele uitdaging. Dankzij de lage industriële activiteit is het primaire energieverbruik in Europa in 2009 met 5,6% gedaald. Om de doelstellingen voor 2020 te halen is echter nog een significante bijdrage noodzakelijk van sectoren als de bouw en de transportsector. Ondanks nationale wetgeving (naast Europese regelgeving) zijn deze twee sectoren niet de allersnelste en hebben ze te maken met uiteenlopende partijen en belangen. Om voldoende impact te hebben kan 2020 te dichtbij liggen. Bovendien zullen forse investeringen, innovaties en technische ontwikkelingen (op het gebied van accu’s bijvoorbeeld) noodzakelijk zijn.

Gegarandeerde energievoorziening en de behoefte aan intelligente netwerken

Hoewel de globale elektriciteits- en gasvoorziening is verbeterd in de observatieperiode (2009 en winter 2009/2010), waren er moeilijkheden met de elektriciteitsvoorziening tijdens de erg koude winterdagen. Landen als Frankrijk kwamen erg dicht bij het punt waar tot invoer van elektriciteit moest worden overgegaan. De burger werd gevraagd om het stroomverbruik tijdens de piekuren te verminderen. Om de elektriciteitsvoorziening in deze moeilijke perioden te verbeteren moet er een groter piekvermogen komen (in 2009 is er voor 13,8 GW aan gasgestookte capaciteit bijgekomen), moeten de grensoverschrijdende interconnecties worden verbeterd (weinig vooruitgang in 2009) en moet er veel meer met vraagrespons worden gewerkt, mogelijk gemaakt door bijvoorbeeld slimme meters.

Beschikbaarheid van het netwerk is een cruciale factor voor een gegarandeerde elektriciteitsvoorziening. Nieuwe trends rond een groenere energiemix en actiever gedrag van klanten transformeren het ontwerp en beheer van het elektriciteitsnet. Deze slimme netwerken werken met nieuwe apparatuur en meer sensoren, en worden digitaal beheerd met behulp van gestandaardiseerde communicatieprotocollen. Een algemeen gebruik van slimme netwerken zal echter wel gepaard moeten gaan met de juiste wet- en regelgeving en overheidsfinanciering. Een toenemende acceptatie van slimme meters en slimme netwerken zal helpen bij het optimaliseren van de energieopwekking en de vraag van de klant, en zo de energievoorziening voor woningen, gebouwen en de industrie in heel Europa veiligstellen.

Colette Lewiner, Global Leader Energy, Utilities & Chemicals, Capgemini, zegt: ‘Het groeiend aandeel van gedecentraliseerde en onvoorspelbare duurzame energiebronnen in het wereldwijde energieaanbod en het vraagstuk van leveringszekerheid, zorgen ervoor dat effectief netwerkbeheer een echte uitdaging blijft voor de energiesector. In de visie van Capgemini zullen we in de komende jaren in Europa de adoptie zien van technologie voor slimme netwerken om de snel groeiende hoeveelheid data te managen in een steeds complexer wordend energielandschap.’

Yvonne Brzesowsky-Ruys, segment leader Energy, Utilities & Chemicals Capgemini Nederland: ‘In Nederland zien we een groeiende belangstelling voor de locale productie en consumptie van efficiënte en duurzaam gegenereerde energie. Informatietechnologie speelt hierin een sleutelrol. Lokale overheden, energieleveranciers, bouwers, grote woningbouwcorporaties en netwerkbedrijven ondersteunen en faciliteren steeds vaker dergelijke initiatieven. Capgemini is onder meer betrokken bij zo’n initiatief op Texel. Hierbij kunnen we onze kennis en ervaring die we op het gebied van slimme meters en netwerken hebben opgedaan in onder meer Zweden, Canada en de Verenigde Staten ook toepassen in Nederland.

Meer informatie over EEMO en het rapport zelf kunt u aanvragen via www.capgemini.com/EEMO